Polderweg 3
1191 JR Ouderkerk aan de Amstel
Telefoon: 020-4967990

De tijdritfiets uit 1984

Het verhaal en de theorie achter de tijdritfiets van 1984

In het voorjaar van 2014 vertelde Roel de Haan (van de Haan wielersport uit Ouderkerk) dat hij bij het opruimen van zijn magazijn de Batavus tijdritfiets uit 1984 tegenkwam waarop ik het fietsonderdeel van de Holland triatlon heb gereden. Ik was aangenaam verrast want ik wist eigenlijk niet waar die fiets gebleven was. Een prachtige fiets, een uniek exemplaar. Inderdaad er is er maar 1 van en door de constructie van de fiets en gebruik van aerodynamische trucs was het toendertijd (en nog steeds) een hele snelle fiets. Een tijdritfiets met een verhaal dus.

Het speciale van deze tijdritfiets inclusief berijder was dat door de ver voorovergebogen houding – in de Hocke, druppelvorm of ei houding – vooral tegen wind in, de luchtweerstand minder was (een lagere luchtweerstandcoëfficiënt Cw waarde) t.o.v. van een traditionele racefiets. Na het veelvuldig trainen en tijdrijden op deze fiets kwamen we (Axel Koenders en Jos Geijsel) tot de conclusie dat deze fiets zo’n 3-4 minuten sneller zou zijn over 180 km dan het rijden op een traditionele fiets waarop de romphouding duidelijk hoger was.

De fiets werd indertijd (het voorjaar van 1984) door de constructeur van Batavus (mijn toenmalige fietssponsor) op voordracht en met ideeën en kennis van trainer en inspanningsfysioloog Jos Geijsel en atleet Axel Koenders gemaakt. De opdracht was om een soort baanfiets te maken met aanpassingen voor het fietsonderdeel van de triatlon. Reglementen waren in die tijd niet even duidelijk en zo besloten we een aantal aanpassingen op deze fiets te maken die ervoor moesten zorgen dat met name de luchtweerstand zou verminderen wat tijdvoordeel op zou leveren. Het belangrijkste was om een constructie te bedenken waarbij het stuur onder de balhoofdbuis gemonteerd kon worden. Zo kon de romphouding verder omlaag gepositioneerd worden om het frontaal windvangend oppervlak te verminderen. Het lukte de constructeur van Batavus wonderwel. Zie foto’s hierboven in de fotoserie. Een staaltje vakmanschap is meesterschap en een unieke constructie.

De details en de juiste afstelling van de fiets werden in de periode juni, juli en augustus 1984 verder geperfectioneerd door rijwielhandel Gerrit/Roel de Haan. Doel van de fiets was om ondergetekende in een zo goed mogelijk voorover gebogen houding te krijgen (in de Hocke, de eihouding of druppelvorm) en in combinatie met het juiste materiaal de minste luchtweerstand te bereiken. De luchtweerstand van de racefiets + berijder is zo’n 80% van alle weerstand die een wielrenner ondervind. De luchtweerstand neemt bovendien kwadratisch toe met de fietssnelheid. Dus in de meest ideale houding viel hier winst te halen. Er werd in de maanden juni, juli en augustus regelmatig op deze fiets getraind om te wennen en om de meest optimale houding te bepalen. We konden d.m.v. tijdritjes op Oukoop (een bekend trainingparcours voor wielrenners en schaatsers in de polder bij Nieuwer ter Aa) vrij nauwkeurig het tijdvoordeel van deze fiets t.o.v. een traditionele fiets nagaan.

Afstellingen werden subtiel aangepast om zo optimaal mogelijk kracht te zetten en een soepel ritme te kunnen blijven draaien. Onder andere het zadel werd iets lager, licht schuin aflopend en iets meer naar voren verplaatst om de houding verder te optimaliseren. Het trainen op deze fiets, vooral van de ver voorovergebogen houding, begon met korte afstanden welke geleidelijk uitgebouwd werden naar trainingen van 2 tot 3 uur. Vervolgens werd op het parcours een aantal keren bij verschillende weersomstandigheden de 180 km getraind om niet voor verrassingen komen te staan.

Geen windtunnelmetingen ? Nee. Windtunnelmetingen scheppen schijnzekerheid, want daar is alleen maar laminaire wind. Buiten heb je te maken met turbulente wind, die zich anders gedraagd dan laminaire wind in de windtunnel. Anders gezegd: buiten, rijdend in de wind meten, levert veel meer en betere praktische informatie op. Uiteindelijk konden we door het trainen op de tijdritfiets en de traditionele fiets en het rijden van korte tijdritjes nagaan dat dit over 180 km zo’n 3-4 minuten winst zou opleveren.

De verminderde luchtweerstand van de fiets inclusief bereider werd bereikt door:
–       Het stuur onder de balhoofdbuis te positioneren, zodat qua houding meer in de de druppelvorm/eihouding (vooral tegenwind in) voorover gebogen en in smalle houding gereden kon worden. Het frontaal windvangend oppervlak bleef zo zo klein mogelijk.
–       Het kader dicht te plakken met strak plastic om de weerstand langs het frame meer laminair i.p.v. turbulent te houden. Dit zorgde voor minder drag, de tegenwerkende (trekkende) weerstand achter de fietser/renner.
–       Door in zo strak en glad mogelijke tijdrit kleding te rijden.
In het begin van de jaren 80 reden we met de tijdritjes voor schaatsers en wielrenners al in de snelle schaatspakken op de racefiets en wisten dat dit beduidend sneller was dan indertijd de wollen broeken en shirts. We verknipten hiervoor een schaatspak tot kort strak zittende triatlon tijdritkleding.

Aanpassingen aan de fiets zelf  (waar overigens geen grammetje carbon in verwerkt zat, dat materiaal werd indertijd niet in fietsframes verwerkt).
–       De buizen waren zeer smal (in diameter 2x zo smal als de huidige oversized carbon buizen zie foto) licht en stijf van Columbus. De fiets zelf had dus ook minder luchtweerstand.
Bovendien werd er zo min mogelijk materiaal gebruikt:
–       1 kleine aerodynamische achterrem met kabel door de bovenbuis
–       alleen het buitenblad en dus 1 commandeur alleen om achter te schakelen en een pion met 8 kransjes
–       platte aerodynamische pedalen
–       een bidonhouder achter en onder het zadel
–       tubes die met 9 bar, die lichter lopend en minder rolweerstand hadden op het ruwe asfalt in de polders rond Almere
–       twee lichte 28 spaaks strakke wielen waarvan het achterwiel door De Haan wielersport op een speciale manier was dicht gemaakt met goedkoop, licht en strak plastic materiaal

Andere leuke details om te vermelden zijn:
–       Tijdens het fiets onderdeel van de triatlon 180 km werd qua strategie afgesproken dat ik met de (weinige) wind in de rug en schuin achter wat meer vanuit de diepe greep breder en meer met gestrekte armen zou rijden om de rug toch enigszins te ontlasten. In deze houding bleef ik desalniettemin met een mooie horizontale romphouding rijden zelfs ook tijdens de korte momenten als ik met 1 hand aan het eten en drinken was.
–       Vooral bij tegenwind het stuur smal vast te pakken en wat meer in elkaar gedoken te blijven om het frontaal windvangend oppervlak laag en zo smal mogelijk te houden. Dit kan je alleen maar volhouden als je daar veel op traint en oefent.
–       Een paar dagen voor de triatlon wisten we op basis van de weersvoorspellingen dat er tussen 8.00 en 13.00 uur (het tijdstip van fietsen) niet meer dan windkracht 3 zou komen te staan. De laatste dagen konden Gerrit en zijn zoon Roel van de Haan wielersport zo het kader (met daarin een reserve tube onderin bij het bracket) en het achterwiel met een speciale constructie dichtmaken zodat de luchtweerstand van de fiets weer iets minder was. Meer laminaire stroomlijn en minder drag.
We namen hiermee wel een risico omdat de reglementen binnen de triatlon niet duidelijk waren v.w.b. het dichtmaken van het kader. In het geval de fiets  afgekeurd zou worden hadden we voor de zekerheid nog wel de gewone traditionele fiets gelijk achter de hand. Een heel gedoe zo die laatste dagen, maar het pakte uiteindelijk allemaal perfect uit.

Ik ben er overigens van overtuigd dat met de huidige snelle en strakke wielen en een ideaal tijdrit stuur op deze fiets van 1984 en de zeer smalle buizen (dus minder frontaal windvangend) dit nog steeds een razend snelle fiets is. Wel er vanuitgaande dat er ook een goed getrainde wielrenner op zou rijden !
Veel van de hierboven genoemde zaken zijn de laatste 5 jaar de gewoonste zaak in het professionele wielerpeloton. Renners, trainers en ploegleiders praten erover en tv commentatoren en side kick’s geven inside informatie over tijdritfietsen waarom die sneller zijn. Tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld.

In ons geval hebben we het over 30 jaar geleden !!!

Bij de aanval van Jens Voigt op het werelduurrecord (18 september 2014) moest ik terugdenken aan het voorjaar en de zomer van 1984. Eigenlijk waren we op de precies dezelfde manier bezig met het realiseren van de snelste tijd over 180 km fietsen. Dus alles van te voren bedenken, materiaal laten maken, uitproberen van de juiste houding versnellingen en ritmes, aanpassen, trainen, weer aanpassen om vervolgens zo op de fiets te kunnen tijdrijden zodat je dat 180 km kon vol houden. Drie maanden lang regelmatig testen en uitproberen !
Na het onderdeel zwemmen stapte ik niet op de fiets, maar ik trok mijn fiets aan. Ik was een met de fiets en kon niet meer voor verassingen komen te staan.

Dat alles hebben we toendertijd bereikt en bedacht met een klein groepje mensen: de constructeur van Batavus, Gerrit en Roel de Haan wielersport, Jos Geijsel en Axel Koenders. Slechts weinigen wisten waar we mee bezig waren. En het mooiste was natuurlijk dat het allemaal lukte en uitkwam zoals we het bedacht hadden.
De jaren erna werd het materiaal weer verder geupdate en volgden nog vele overwinningen.  Maar altijd op dezelfde manier dus ruim van te voren testen en bij belangrijke wedstrijden regelmatig  trainen op de tijdritfiets en op het parcours waarop de wedstrijd werd gereden.

Bijna niets is onmogelijk, succes is in grote mate te plannen en maakbaar, vermoeidheid is altijd van tijdelijke aard en onzekerheden zijn te reduceren.

We waren onze tijd ver vooruit !

Axel Koenders.